Uitrit of inrit aanleggen

  • Omschrijving

    Een in- of een uitrit is een aansluiting vanuit een perceel op de openbare weg. Om een in- of uitrit aan te mogen leggen, hebt u geen omgevingsvergunning nodig.

    Een inrit of uitrit zijn hetzelfde. Voor het gemak gaan we uit van een uitweg.

    Vergunningsvrij, tenzij

    U mag zonder vergunning een uitweg aanleggen, tenzij:

    • de uitweg zich op minder dan 5 meter uit een hoek of bocht bevindt;
    • de uitweg zich op minder dan twee meter van een gemeentelijke boom of groene parel bevindt;
    • de uitweg over een sloot wordt aangelegd zonder dat de benodigde voorzieningen zijn getroffen voor de doorstroming van het water;
    • de uitweg uitkomt op een openbare parkeerplaats/parkeerstrook

    Is één van deze situaties van toepassing? Dan mag u geen uitweg aanleggen.
    Mag u wel een uitweg aanleggen? Dan adviseren wij u te letten op de algemene randvoorwaarden en uitvoeringsmaatregelen. Deze vindt u onder het kopje "Goed om te weten".

  • Wat kost het?

    In principe zijn er geen kosten verbonden aan het aanleggen van een uitweg. Wij wijzen u er op dat wanneer wij werkzaamheden voor u moeten verrichten om een uitweg mogelijk te maken, we deze kosten aan u doorberekenen.

  • Goed om te weten

    Algemene richtlijnen

    • Als u gaat graven in de berm moet u een klic-melding doen. Bij het graven kan het zijn dat u kabels en leidingen tegenkomt. Om die reden moeten alle graafwerkzaamheden in de berm (volgens de WION-wet) gemeld worden bij het Kadaster, dit wordt een klic-melding genoemd. U kunt een klic-melding doen via www.kadaster.nl/klic. Voor vragen is het kadaster telefonisch bereikbaar op telefoonnummer 0800-0080.
    • Als u een boom op uw eigen terrein wilt kappen mag dat, tenzij deze boom in het Walsbergsebos of Wiegerbos staat of als deze onderdeel uitmaakt van het Groenstructuurplan. Voor de bomen in het Walsbergsebos, het Wiegersbos en het Groenstructuurplan moet u een ontheffing voor kap aanvragen (zoals vermeld in de Algemeen Plaatselijke Verordening).
    • Een boom die op grond van de gemeente staat mag u nooit zonder toestemming van de gemeente kappen. Neem hiervoor contact op met het Klantcontactcentrum.
    • Is er een sloot op de plek waar u een uitweg/inrit wilt maken? Dan heeft u mogelijk een vergunning nodig van het Waterschap Aa en Maas. Contactgegevens van het waterschap staan op http://www.aaenmaas.nl. Onder de kop ‘Aanleggen van een duiker’ staan technische aanbevelingen voor het aanleggen van een duiker.

    Algemene randvoorwaarden

    Onderstaande randvoorwaarden kunnen van pas komen als u een uitweg/inrit aan gaat leggen of aan een aannemer vraagt deze aan te leggen.

    • Het kan zijn dat er voor uw nieuwe uitweg/inrit een lichtmast, aanwezige markering, parkeerplaats, bebording / wegmeubilair, een kolk of iets dergelijks verplaatst, verwijderd of aangepast moet worden. Neem in dat geval contact op met de gemeenteopzichter via het Klantcontactcentrum. De gemeenteopzichter zorgt dan voor de verplaatsing, verwijdering of aanpassing. De kosten hiervan worden aan u in rekening gebracht.
    • Voor de gemeente en voor NUTS-bedrijven is het belangrijk dat we op momenten dat dat nodig is bij de kabels en leidingen kunnen komen die in de berm zitten. Om die reden adviseren we u om geen gesloten verharding (asfalt of beton) aan te brengen. De gemeente en NUTS-bedrijven zijn niet verplicht om uw uitweg/inrit na werkzaamheden weer terug te brengen in de originele staat, dit blijft uw eigen verantwoordelijkheid.

    Technische aanbevelingen

    Als de gemeente een uitweg/inrit aan laat leggen vragen wij de aannemer te voldoen aan onderstaande voorschriften. Deze voorkomen bijvoorbeeld het verzakken van de uitweg/inrit als er zwaar verkeer overheen komt. Wij adviseren u om onderstaande aanbevelingen over te nemen.

    • Breng de verharding aan op een fundering van 30 cm cunetzand en 20 cm menggranulaat.
    • Breng de fundering trapsgewijs aan zodat de puinfundering 20 cm buiten de verhardingen komt en het cunetzand tot 50 cm buiten de verharding uitkomt.
    • Als het gebruik van uitweg/inrit kan leiden tot schade aan aanliggende wegbermen of aan de overzijde van de weg gelegen wegbermen, zorg dan dat u de inrit over voldoende breedte uitvleugelt.
    • Zaag het asfalt voor de aansluiting van de betonstraatstenen.
    • Sluit de verharding op met betonopsluitbanden 10/20x100.
    • Gebruik geen opsluitbanden korter dan 0,5 strekkende meter (eindstukken).
    • Stel de opsluitbanden in stampbeton.
    • Zet het stampbeton aan de achterzijde van de betonband door tot de halve hoogte van de opsluitband.
    • Straat de verharding in straatzand, laagdikte 5cm.
    • Maak de aansluiting op de eventueel benodigde betonbuis volgens voorschrift van de leverancier van de betonbuizen.
    • Zorg dat de inrit afwatert naar eigen terrein. Als dat door aanwezige hoogteverschillen niet mogelijk is neem dan via het Klantcontactcentrum contact op met de gemeenteopzichter.
    • Komt uw uitweg/inrit buiten de bebouwde kom of op een industrieterrein plaats dan aan weerszijde van de inrit bochtbeschermingsblokken en stel ze in het beton. Plaats de voorzijde van de blokken 50 cm uit de kant van de rijbaan.
    • Het ziet er het mooiste uit als u bij de verharding gebruik maakt van dezelfde materialen en technieken zoals die in de omgeving gebruikt zijn. De gemeente doet het als volgt:
    • Betonstenen met een keiformaat van dik 8 cm, kleur grijs, gelegd in keper verband.
    • Inritblokken van 75x17/8x50 cm of maak een inrit in perronband 13/15x25 cm in combinatie met betonstraatstenen, dik 8 cm, kleur grijs.
    • Maak de verharding bij een bestaande berm van betonstenen keiformaat dik 8 cm, kleur grijs, in keper verband.
    • Maak de uitweg/inrit bij het trottoir van betontegels 30x30x8 cm, kleur grijs.

    Aanleggen van een duiker

    Als u de vergunning van het Waterschap Aa en Maas heeft ontvangen kunt u de uitweg/inrit aanleggen. Om ervoor te zorgen dat het water in de sloot goed blijft doorstromen moet u een duiker aanleggen. Wij adviseren hierbij het volgende:

    • De bodem van de duiker moet op 10 cm onder de bodem van de sloot worden gelegd.
    • De diameter van de duiker moet 30 cm zijn.
    • De duiker moet zijn samengesteld uit buizen die voorzien zijn van een mof en spie.
    • De verbindingen moeten worden afgedicht met een rubberring verbinding.
    • De minimale lengte van de duiker moet gelijk zijn aan de breedte van de inrit vermeerderd met 2 meter, zijnde het totaal van de breedte van de berm aan weerszijde van de inrit vermeerderd met 2 maal het hoogteverschil tussen bovenkant inrit ter plaatse van de kruising met de sloot en de bodem van de duiker.
    • Als de lengte van de duiker berekend (zoals beschreven bij het vorige punt) groter is dan 12 strekkende meters moeten de toe te passen buizen betonnen infiltratie buizen zijn. Deze moeten gelegd worden zoals de leverancier dat voorschrijft inclusief de eventueel het door de leverancier voorgeschreven doek.
    • Voordat u de duiker plaatst moet u de sloot opschonen (vrij maken van onkruid en slib).
    • U moet de sleuf aanvullen met cunetzand. De aanvulling moet gebeuren in lagen van 30 cm. Iedere laag moet na aanbrengen verdicht worden.
    • Als er gaten om/bij uw nieuwe uitweg/inrit en duiker ontstaan moet u deze opvullen met zwarte grond (laagdikte 50 cm).
    • Als de lengte van de aan te leggen duiker meer dan 12 strekkende meter bedraagt moet u binnen het eigen perceel een molgoot maken. In deze molgoot moet u de benodigde straatkolken voor de opvang van hemelwater aanbrengen. Als de vergunning van het waterschap Aa en Maas dit toelaat kunt u deze op de duiker aansluiten.
    • Als de stabiliteit van de taluds daartoe aanleiding geeft kan de gemeenteopzichter adviseren om stapelzoden aan te brengen.
    • Geadviseerd wordt om de bermen te profileren en inzaaien.
  • Lees ook

    Het kan zijn dat u wel nog andere vergunningen nodig heeft. Hierbij kan gedacht worden aan:

Terug

Pagina opties