1926 – Het ontstaan van de gemeente Deurne
Vanouds hadden Vlierden en Deurne en Liessel ieder een eigen bestuur. Het oudste schriftelijke bewijs daarvan dateert al van rond 1100. Op 1 maart 1326 gaf hertog Jan II van Brabant grond in leen aan de inwoners van Deurne en Liessel en werden de gemeentegrenzen vastgelegd. Opmerkelijk is dat deze grenzen in grote lijnen nog steeds herkenbaar zijn.
Tot 1810 waren Deurne en Liessel heerlijkheden. Hoewel het formeel om twee dorpen ging, werden zij altijd gezamenlijk bestuurd vanuit één schepenbank in Deurne. Jaarlijks kwam men op 17 maart bijeen. Ieder gezinshoofd of een aangewezen gezinslid, moest daarbij aanwezig zijn. Tijdens deze bijeenkomst werd het dorpsreglement aangepast en voorgelezen en werd een nieuwe borgemeester benoemd. Deze borgemeesters waren verantwoordelijk voor de financiën en persoonlijk aansprakelijk voor een kloppende kas. In 1810 kwam hier een einde aan en werd het moderne gemeentebestuur ingevoerd met een gemeenteraad en een burgemeester.
Bestuurlijke onrust bleef niet uit. Rond 1876 dreigden Liessel, Neerkant en Helenaveen zich af te scheiden van Deurne en een eigen gemeente te vormen. Het plan haalde zelfs de Raad van State, maar werd uiteindelijk niet uitgevoerd.

Begin twintigste eeuw bleek dat kleine gemeenten zoals Vlierden met ongeveer 700 inwoners steeds moeilijker zelfstandig konden blijven bestaan. Een fusie met Deurne lag historisch gezien voor de hand omdat beide dorpen tot circa 1680 samen één parochie vormden. Hoewel Vlierden zich in 1921 nog fel verzette tegen samenvoeging, sloeg de stemming in 1925 om. Mogelijk speelde de wens voor een nieuwe parochiekerk daarbij een rol.
Op 29 juni 1925 ondertekende koningin Wilhelmina de wet die de gemeente Vlierden ophief. De uitgebreide gemeente kreeg de naam Deurne. In 1926 was daarmee de gemeente ontstaan die we dit jaar, precies honderd jaar later, herdenken.