Deurne in oorlogstijd (1940–1944)
Al in het voorjaar van 1939 werden in Deurne de eerste gevolgen van de oplopende internationale spanningen zichtbaar. De mobilisatie van het Nederlandse leger en de aanleg van de Peel-Raamstelling, met bunkers en het defensiekanaal, zorgden voor de komst van honderden militairen naar Deurne en de Peel.
Het voormalige fabrieksgebouw van Carp aan de Zeilbergseweg werd ingericht als kazerne. De commandopost van het 27e Regiment Infanterie bevond zich in Huize De Romein aan de Romeinstraat. Dit pand kreeg in oktober 1939 bezoek van prins Bernhard en zou een jaar later opnieuw een rol spelen toen NSB-leider Mussert er een kaderschool opende.

De Duitse inval
De Duitse inval in mei 1940 verliep in Deurne zelf zonder direct bloedvergieten. Het Nederlandse leger trok zich haastig terug richting het westen. Toch bleef de oorlog niet onopgemerkt: inwoners hoorden explosies van opgeblazen bruggen en versperringen die bedoeld waren om de Duitse opmars te vertragen. Ook gingen enkele boerderijen in vlammen op.
In de jaren die volgden, werd de vrijheid van de inwoners steeds verder ingeperkt. Het verenigingsleven kwam vrijwel volledig tot stilstand. Door een tekort aan brandstof kreeg de turfwinning opnieuw betekenis en wist het gemeentelijk veenbedrijf zelfs weer winst te maken. Tegelijkertijd werd het dagelijks leven steeds moeilijker door voedselschaarste. Levensmiddelen waren alleen nog verkrijgbaar via distributiebonnen. Veel gezinnen waren afhankelijk van hulpacties, zoals de Winterhulp tijdens de oorlog en later de Hulpactie Rode Kruis (HARK). Jongemannen probeerden waar mogelijk te ontkomen aan gedwongen tewerkstelling in Venlo of Duitsland.
Een van de meest ingrijpende gebeurtenissen vond plaats op 8 oktober 1944, tijdens de kerkrazzia in Helenaveen. Daarbij werden 143 mannen opgepakt van wie er 26 in Duitsland om het leven kwamen. Op dat moment was een groot deel van Deurne al bevrijd. In het weekend van 24 september 1944 werd Deurne bevrijd, maar de strijd was nog niet voorbij. Duitse troepen heroverden Liessel en Neerkant, waarna deze dorpen opnieuw en met zware verliezen, bevrijd moesten worden. Pas met de bevrijding van Helenaveen op 19 november 1944 kwam er voor de hele gemeente een einde aan de bezetting.
De oorlog liet diepe sporen na
Naast het verlies van mensenlevens was de materiële schade enorm. Veel huizen en boerderijen werden geheel of gedeeltelijk verwoest. De gevolgen van deze jaren waren nog lang zichtbaar in Deurne en haar dorpen.
Volgende maand belichten we opnieuw een bijzonder onderwerp uit onze rijke geschiedenis.